Informatie over het woord reign (Engels → Esperanto: regi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ɹeɪ̯n/
Afbrekingreign

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) reign(I) reigned
(thou) reignest(thou) reignedst
(he) reigns, reigneth(he) reigned
(we) reign(we) reigned
(you) reign(you) reigned
(they) reign(they) reigned
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) reign (I) reigned
(thou) reign(thou) reigned
(he) reign(he) reigned
(we) reign(we) reigned
(you) reign(you) reigned
(they) reign(they) reigned
Gebiedende wijs
reign
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
reigningreigned

Vertalingen

Afrikaansbedwing; beheers; in bedwang hou; regeer
Catalaansdirigir; dominar; governar; regir
Deensbeherske; regere
Duitsherrschen
Esperantoregi
Faeröersráða fyri; sjórna
Finshallita
Fransgouverner; régner; surveiller
IJslandsstilla
Italiaansdominare; governare
Latijngubernare; regere; regnare
Nederlandsheersen; regeren
Noorsbeherske; styre
Papiamentsgoberná; reina
Poolspanować; rządzić
Portugeesdominar; governar; reger
Roemeensconduce; controla; guverna
Saterfriesbehärskje; härskje; regierje
Spaansgobernar; regir; subyugar
Thaisปกครอง
Westerlauwers Friesregearje; hearskje
Zweedsregera