Informatie over het woord eetzaal (Nederlands → Esperanto: manĝejo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈetsal/
Afbrekingeet·zaal
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervoudeetzalen

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
eetzaaltjeeetzaaltjes

Voorbeelden van gebruik

Wamish had de eetzaal verlaten.
Mijn gastheer bracht mij naar een grote eetzaal, waar wel vijfentwintig of dertig personen bijeen waren.
Er werd met de maaltijden op niemand gewacht en wie te laat binnenkwam, vond de eetzalen gesloten.

Vertalingen

Catalaansmenjador
Deensspisesal; spisestue
DuitsSpeisesaal; Speisezimmer
Engelsdining‐room
Esperantomanĝejo
Faeröersborðstova
Fransréfectoire; salle à manger
Italiaanssala da pranzo
Portugeessala de jantar
SaterfriesIetkoomere; Ietsoal
Spaanscomedor