Informatie over het woord eten (Nederlands → Esperanto: manĝaĵo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈetə(n)/
Afbrekinge·ten
Geslachtonzijdig

Vertalingen

Afrikaansgereg; kos
Deensmad
DuitsGericht; Speise
Engelsfood
Engels (Oudengels)andleofen; biwist; foda; fostor; mete
Esperantomanĝaĵo
Faeröersmatur
Fransnourriture
Hongaarsétel
IJslandsmatur
Papiamentskuminda
Poolspotrawa
Portugeesalimento
Roemeensaliment
Russischблюда
SaterfriesSpiese
Schots-Gaelischbiadh
Spaansmanjar; plato
Sranannyanyan
Swahilichakula
Tagalogpagkain
Thaisอาหาร
Tsjechischjídlo; pokrm
Turksbesin; azık
Welsbwyd
Zweedsmat; maträtt