Informatie over het woord versmaden (Nederlands → Esperanto: malŝati)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) versmaad(ik) versmaadde
(jij) versmaadt(jij) versmaadde
(hij) versmaadt(hij) versmaadde
(wij) versmaden(wij) versmaadden
(gij) versmaadt(gij) versmaaddet
(zij) versmaden(zij) versmaadden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) versmade(dat ik) versmaadde
(dat jij) versmade(dat jij) versmaadde
(dat hij) versmade(dat hij) versmaadde
(dat wij) versmaden(dat wij) versmaadden
(dat gij) versmadet(dat gij) versmaaddet
(dat zij) versmaden(dat zij) versmaadden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
versmaadversmaadt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
versmadend, versmadende(hebben) versmaad

Vertalingen

Deensikke at kunne lide
Engelsdislike
Esperantomalŝati
Fransdédaigner; détester
IJslandshafa andstyggð á
Noorsmislike
Poolsnie lubieć; pogardzać
Portugeesaborrecer; depreciar; desconsiderar; desdenhar; desprezar
Spaansaborrecer; despreciar
Zweedstycka illa om