Informatie over het woord schutteren (Nederlands → Esperanto: mallerti)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) schutter(ik) schutterde
(jij) schuttert(jij) schutterde
(hij) schuttert(hij) schutterde
(wij) schutteren(wij) schutterden
(gij) schuttert(gij) schutterdet
(zij) schutteren(zij) schutterden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) schuttere(dat ik) schutterde
(dat jij) schuttere(dat jij) schutterde
(dat hij) schuttere(dat hij) schutterde
(dat wij) schutteren(dat wij) schutterden
(dat gij) schutteret(dat gij) schutterdet
(dat zij) schutteren(dat zij) schutterden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
schutterschuttert
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
schutterend, schutterende(hebben) geschutterd

Vertalingen

Esperantomallerti