Informatie over het woord aanschuiven (Nederlands → Esperanto: alŝovi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈansxœʏ̯və(n)/
Afbrekingaan·schui·ven

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) schuif aan(ik) schoof aan
(jij) schuift aan(jij) schoof aan
(hij) schuift aan(hij) schoof aan
(wij) schuiven aan(wij) schoven aan
(gij) schuift aan(gij) schooft aan
(zij) schuiven aan(zij) schoven aan
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) aanschuive(dat ik) aanschove
(dat jij) aanschuive(dat jij) aanschove
(dat hij) aanschuive(dat hij) aanschove
(dat wij) aanschuiven(dat wij) aanschoven
(dat gij) aanschuivet(dat gij) aanschovet
(dat zij) aanschuiven(dat zij) aanschoven
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
schuif aanschuift aan
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aanschuivend, aanschuivende(hebben) aangeschoven

Vertalingen

Engelspush on; shove on
Esperantoalŝovi
Portugeesaproximar empurrando