Informatie over het woord Schein (Duits → Esperanto: fasado)

Uitspraak/ʃaɪn/
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefSchein
GenitiefScheins, Scheines
DatiefSchein, Scheine
AccusatiefSchein

Vertalingen

Afrikaansgewel; fasade
Catalaansfaçana; fatxada
Deensfacade
Engelsfaçade
Esperantofasado; fruntaĵo
Fransfaçade
Nederlandsfaçade; gevel; pui; voorgevel; voorpui
Portugeesfachada; frontaria; frontispício; portada
SaterfriesFassade; Foarderfront
Spaansfachada
Zweedsfasad