Informatie over het woord affix (Engels → Esperanto: afikso)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈæfɪks/
Afbrekingaf·fix
Shaw‐alfabet𐑨𐑓𐑦𐑒𐑕
Meervoudaffixes

Vertalingen

Afrikaansaffiks; agtervoegsel
Catalaansafix
DuitsAffix; Sprachsilbe; Zusatzsilbe
Esperantoafikso
Fransaffixe
Hongaarsvégződés
Nederlandsaffix
Portugeesafixo
SaterfriesAffix; Tousatssilwe
Spaansafijo