Informatie over het woord halten (Duits → Esperanto: fari)

Uitspraak/ˈhaltən/
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) halte(ich) hielt
(du) hältst(du) hieltest, hieltst
(er) hält(er) hielt
(wir) halten(wir) hielten
(ihr) haltet(ihr) hieltet
(sie) halten(sie) hielten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) halte(ich) hielte
(du) haltest(du) hieltest
(er) halte(er) hielte
(wir) halten(wir) hielten
(ihr) haltet(ihr) hieltet
(sie) halten(sie) hielten
Gebiedende wijs
(du) halte
(ihr) haltet
halten Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
haltend(haben) gehalten

Vertalingen

Afrikaansbedryf; bedrywe; begaan; doen; maak; pleeg; verrig; vervaardig
Catalaansfer
Deensaflægge; gøre; lave
Engelsact; carry out; commit; do; form; make; perform; reach; render; work
Engels (Oudengels)macian; don
Esperantofari
Faeröersgera
Finstehdä
Fransconstruire; fabriquer; faire; opérer; poser
Hawaiaanshana
Hongaarsesinál; tesz
IJslandsgera
Italiaanscommettere; fare
Jiddischמאַכן
Latijnfacere
Luxemburgsmaachen; doen
Maleisbuat; membuat
Nederlandsaanmaken; bedrijven; begaan; afleggen; doen; maken; plegen; stellen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren; verrichten; vervaardigen; uithalen
Noorsgjøre
Papiamentshasi
Poolsczynić; robić
Portugeescometer; confeccionar; executar; fazer; formar
Roemeensface
Russischделать; сделать
Saterfriesdwo; fabriksierje; häärstaale; moakje; produksierje
Schots-Gaelischdèan
Spaanshacer
Sranandu; meki
Swahili‐fanya
Thaisต่อ; ทำ
Tsjechischčinit; dělat; konat; učinit; udělat; vykonat
Turksetmek; yapmak
Westerlauwers Friesdwaan; dwaen; oanmeitsje; meitsje
Zweedsgöra