Informatie over het woord anfertigen (Duits → Esperanto: fari)

Uitspraak/ˈanfɛrtiɡən/
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) fertige an(ich) fertigte an
(du) fertigst an(du) fertigtest an
(er) fertigt an(er) fertigte an
(wir) fertigen an(wir) fertigten an
(ihr) fertigt an(ihr) fertigtet an
(sie) fertigen an(sie) fertigten an
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) fertige an(ich) fertigte an
(du) fertigest an(du) fertigtest an
(er) fertige an(er) fertigte an
(wir) fertigen an(wir) fertigten an
(ihr) fertiget an(ihr) fertigtet an
(sie) fertigen an(sie) fertigten an
Gebiedende wijs
(du) fertig an
(ihr) fertigt an
fertigen Sie an
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
anfertigend(haben) angefertigt

Voorbeelden van gebruik

Als dann der Tag der Hinrichtung herankam und die Guillotine in Aktion getreten war, ging ich sofort ins Leichenhaus und fertigte vom Körper meiner Frau ein Modell an.
Angefertigt wurden die robusten Sitzgelegenheiten von Ahmad Walizada und Noorjan Hashemi.

Vertalingen

Afrikaansbedryf; bedrywe; begaan; doen; maak; pleeg; verrig; vervaardig
Catalaansfer
Deensaflægge; gøre; lave
Engelsmake
Engels (Oudengels)macian; don
Esperantofari
Faeröersgera
Finstehdä
Fransconstruire; fabriquer; faire; opérer; poser
Hawaiaanshana
Hongaarsesinál; tesz
IJslandsgera
Italiaanscommettere; fare
Jiddischמאַכן
Latijnfacere
Luxemburgsmaachen; doen
Maleisbuat; membuat
Nederlandsaanmaken; bedrijven; begaan; afleggen; doen; maken; plegen; stellen; uitbrengen; uitrichten; uitvoeren; verrichten; vervaardigen; uithalen
Noorsgjøre
Papiamentshasi
Poolsczynić; robić
Portugeescometer; confeccionar; executar; fazer; formar
Roemeensface
Russischделать; сделать
Saterfriesdwo; fabriksierje; häärstaale; moakje; produksierje
Schots-Gaelischdèan
Spaanshacer
Sranandu; meki
Swahili‐fanya
Thaisต่อ; ทำ
Tsjechischčinit; dělat; konat; učinit; udělat; vykonat
Turksetmek; yapmak
Westerlauwers Friesdwaan; dwaen; oanmeitsje; meitsje
Zweedsgöra