Information about the word verafschuwen (Dutch → Esperanto: malamegi)

Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) verafschuw(ik) verafschuwde
(jij) verafschuwt(jij) verafschuwde
(hij) verafschuwt(hij) verafschuwde
(wij) verafschuwen(wij) verafschuwden
(gij) verafschuwt(gij) verafschuwdet
(zij) verafschuwen(zij) verafschuwden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) verafschuwe(dat ik) verafschuwde
(dat jij) verafschuwe(dat jij) verafschuwde
(dat hij) verafschuwe(dat hij) verafschuwde
(dat wij) verafschuwen(dat wij) verafschuwden
(dat gij) verafschuwet(dat gij) verafschuwdet
(dat zij) verafschuwen(dat zij) verafschuwden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
verafschuwverafschuwt
Participles
Present participlePast participle
verafschuwend, verafschuwende(hebben) verafschuwd

Translations

Englishabhor
Esperantomalamegi
Germanaus ganzer Seele hassen