Information about the word verfoeien (Dutch → Esperanto: malamegi)

Part of speechverb
Pronunciation/vərˈfujə(n)/
Hyphenationver·foei·en

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) verfoei(ik) verfoeide
(jij) verfoeit(jij) verfoeide
(hij) verfoeit(hij) verfoeide
(wij) verfoeien(wij) verfoeiden
(gij) verfoeit(gij) verfoeidet
(zij) verfoeien(zij) verfoeiden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) verfoeie(dat ik) verfoeide
(dat jij) verfoeie(dat jij) verfoeide
(dat hij) verfoeie(dat hij) verfoeide
(dat wij) verfoeien(dat wij) verfoeiden
(dat gij) verfoeiet(dat gij) verfoeidet
(dat zij) verfoeien(dat zij) verfoeiden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
verfoeiverfoeit
Participles
Present participlePast participle
verfoeiend, verfoeiende(hebben) verfoeid

Translations

Englishabhor
Esperantomalamegi
Germanaus ganzer Seele hassen