Informatie over het woord weigeren (Nederlands → Esperanto: malakcepti)

Uitspraak/ˈʋɛɪ̯ɣərə(n)/
Afbrekingwei·ge·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) weiger(ik) weigerde
(jij) weigert(jij) weigerde
(hij) weigert(hij) weigerde
(wij) weigeren(wij) weigerden
(gij) weigert(gij) weigerdet
(zij) weigeren(zij) weigerden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) weigere(dat ik) weigerde
(dat jij) weigere(dat jij) weigerde
(dat hij) weigere(dat hij) weigerde
(dat wij) weigeren(dat wij) weigerden
(dat gij) weigeret(dat gij) weigerdet
(dat zij) weigeren(dat zij) weigerden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
weigerweigert
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
weigerend, weigerende(hebben) geweigerd

Voorbeelden van gebruik

Ter wille van haar zou hij de benoeming geweigerd hebben, maar daar wilde zij niet van horen.
Als zilver schaars is, weiger ik ook goud niet.
Er zijn dingen die men beter kan aanvaarden dan weigeren, ook al is het einde duister.

Vertalingen

Afrikaansafslaan; afwimpel; afwys; bedank; verwerp
Catalaansrefusar
Deensafslå; afvise; sige nej tak til
Duitsablehnen; abweisen; ausmerzen; ausschlagen
Engelsdisallow; reject; decline
Esperantomalakcepti
Fransrefuser; rejeter; repousser
IJslandsafþakka
Italiaansrifiutare
Noorstakke nei til
Portugeesrecusar; rejeitar
Saterfriesfersmiete; ouwiese; ouwimmelje
Spaansrechazar; rehusar; suspender
Westerlauwers Friesôfkitse; ôfslaan; ôfstegerje; ôfwize
Zweedstacka nej till