Information about the word lichten (Dutch → Esperanto: lumi)

Pronunciation/ˈlɪxtə(n)/
Hyphenationlich·ten
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) licht(ik) lichtte
(jij) licht(jij) lichtte
(hij) licht(hij) lichtte
(wij) lichten(wij) lichtten
(gij) licht(gij) lichttet
(zij) lichten(zij) lichtten
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) lichte(dat ik) lichtte
(dat jij) lichte(dat jij) lichtte
(dat hij) lichte(dat hij) lichtte
(dat wij) lichten(dat wij) lichtten
(dat gij) lichtet(dat gij) lichttet
(dat zij) lichten(dat zij) lichtten
Participles
Present participlePast participle
lichtend, lichtende(hebben) gelicht

Translations

Afrikaansskyn
Catalanfer llum; il·luminar; llumejar; resplendir
Danishskinne
Englishshine
Esperantolumi
Faeroeselýsa
Finnishvalaista
Frenchêtre lumineux; luire
Germanleuchten
Polishświecić
Portuguesefulgurar; luzir
Saterland Frisianljuchte; luchtje
Thaiฉาย