Informatie over het woord verheffen (Nederlands → Esperanto: levi)

Uitspraak/vərˈɦɛfə(n)/
Afbrekingver·hef·fen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) verhef(ik) verhief
(jij) verheft(jij) verhief
(hij) verheft(hij) verhief
(wij) verheffen(wij) verhieven
(gij) verheft(gij) verhieft
(zij) verheffen(zij) verhieven
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) verheffe(dat ik) verhieve
(dat jij) verheffe(dat jij) verhieve
(dat hij) verheffe(dat hij) verhieve
(dat wij) verheffen(dat wij) verhieven
(dat gij) verheffet(dat gij) verhievet
(dat zij) verheffen(dat zij) verhieven
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
verhefverheft
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verheffend, verheffende(hebben) verheven

Voorbeelden van gebruik

Hierna verhief de grootmeester zijn stem en richtte zich tot de vergadering.

Vertalingen

Afrikaansoptrek; stel
Catalaansaixecar; alçar; elevar; enlairar
Deensløfte
Duitsaufheben; erheben; heben; zücken
Engelselevate; lift; raise
Esperantolevi
Faeröershevja; lyfta; reisa
Finsnostaa
Fransélever; lever; soulever
Grieks (Oudgrieks)αἴρω
IJslandshefja; lyfta; reisa
Italiaansalzare
Latijnlevare
Papiamentshisa; subi
Portugeeselevar; erguer; suspender
Saterfriesaphieuwje; aplichte; aptille; beere; hieuwje; lichte; riskje; stämme
Schots-Gaelischàrdaich; tog
Spaansalzar; levantar
Westerlauwers Friesheffe
Zweedshissa; upphisa; upphäva; upphöja