Informo pri la vorto oprichten (nederlanda → esperanto: levi)

Prononco/ˈɔprɪxtə(n)/
Dividoop·rich·ten
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) richt op(ik) richtte op
(jij) richt op(jij) richtte op
(hij) richt op(hij) richtte op
(wij) richten op(wij) richtten op
(gij) richt op(gij) richttet op
(zij) richten op(zij) richtten op
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) oprichte(dat ik) oprichtte
(dat jij) oprichte(dat jij) oprichtte
(dat hij) oprichte(dat hij) oprichtte
(dat wij) oprichten(dat wij) oprichtten
(dat gij) oprichtet(dat gij) oprichttet
(dat zij) oprichten(dat zij) oprichtten
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
richt opricht op
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
oprichtend, oprichtende(hebben) opgericht

Tradukoj

afrikansooptrek; stel; optel
anglaraise
danaløfte
esperantolevi
feroahevja; lyfta; reisa
finnanostaa
francaélever; lever; soulever
germanaaufheben; erheben; heben; zücken
greka (malnovgreka)αἴρω
hispanaalzar; levantar
islandahefja; lyfta; reisa
italaalzare
katalunaaixecar; alçar; elevar; enlairar
latinolevare
okcidenta frizonaheffe
papiamentohisa; subi
portugalaelevar; erguer; suspender
saterlanda frizonaaphieuwje; aplichte; aptille; beere; hieuwje; lichte; riskje; stämme
skota gaelaàrdaich; tog
svedahissa; upphisa; upphäva; upphöja