Informatie over het woord onderwijzen (Nederlands → Esperanto: lernigi)

Uitspraak/ɔndərˈʋɛɪ̯zə(n)/
Afbrekingon·der·wij·zen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) onderwijs(ik) onderwees
(jij) onderwijst(jij) onderwees
(hij) onderwijst(hij) onderwees
(wij) onderwijzen(wij) onderwezen
(gij) onderwijst(gij) onderweest
(zij) onderwijzen(zij) onderwezen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) onderwijze(dat ik) onderweze
(dat jij) onderwijze(dat jij) onderweze
(dat hij) onderwijze(dat hij) onderweze
(dat wij) onderwijzen(dat wij) onderwezen
(dat gij) onderwijzet(dat gij) onderwezet
(dat zij) onderwijzen(dat zij) onderwezen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
onderwijsonderwijst
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
onderwijzend, onderwijzende(hebben) onderwezen

Voorbeelden van gebruik

De jongste drie gaan nog naar school, doch hun vorderingen aldaar wekken slechts de lachlust van het onderwijzend personeel op.
„Je ziet het”, sprak Tijn onderwijzend.

Vertalingen

Afrikaansleer
Duitsbeibringen; lehren
Engelsteach
Esperantolernigi
Fransapprendre; enseigner
Latijndocere
Spaansenseñar
Srananleri
Thaisสอน
Welsdysgu
Westerlauwers Friesleare