Informatie over het woord toelaten (Nederlands → Esperanto: lasi)

Uitspraak/ˈtulatə(n)/
Afbrekingtoe·la·ten
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) laat toe(ik) liet toe
(jij) laat toe(jij) liet toe
(hij) laat toe(hij) liet toe
(wij) laten toe(wij) lieten toe
(gij) laat toe(gij) liet toe
(zij) laten toe(zij) lieten toe
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) toelate(dat ik) toeliete
(dat jij) toelate(dat jij) toeliete
(dat hij) toelate(dat hij) toeliete
(dat wij) toelaten(dat wij) toelieten
(dat gij) toelatet(dat gij) toelietet
(dat zij) toelaten(dat zij) toelieten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
laat toelaat toe
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
toelatend, toelatende(hebben) toegelaten

Vertalingen

Afrikaanslaat; toelaat
Catalaansdeixar
Deensløslade
Duitslassen; überlassen; unterlassen; zurücklassen
Engelsallow; let
Engels (Oudengels)lætan
Esperantolasi
Faeröerslata; sleppa; sleppa undan
Finsjättää
Franslaisser
Noorsforlate
Papiamentslaga
Poolspuścić; zostawić
Portugeesdeixar; largar; permitir
Roemeensda voie; lăsa
Russischпускать; пустить
Saterfriesläite; nit dwo
Spaansdejar
Thaisให้
Westerlauwers Frieslitte