Information about the word toelaten (Dutch → Esperanto: allasi)

Pronunciation/ˈtulatə(n)/
Hyphenationtoe·la·ten
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) laat toe(ik) liet toe
(jij) laat toe(jij) liet toe
(hij) laat toe(hij) liet toe
(wij) laten toe(wij) lieten toe
(gij) laat toe(gij) liet toe
(zij) laten toe(zij) lieten toe
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) toelate(dat ik) toeliete
(dat jij) toelate(dat jij) toeliete
(dat hij) toelate(dat hij) toeliete
(dat wij) toelaten(dat wij) toelieten
(dat gij) toelatet(dat gij) toelietet
(dat zij) toelaten(dat zij) toelieten
Imperative mood
Singular/PluralPlural
laat toelaat toe
Participles
Present participlePast participle
toelatend, toelatende(hebben) toegelaten

Translations

Danishgive adgang
Englishadmit; allow; permit
Esperantoallasi
Frenchadmettre
Germanzulassen
Polishdopuścić
Saterland Frisiantouläite