Informatie over het woord luwen (Nederlands → Esperanto: kvietiĝi)

Uitspraak/ˈlyʋə(n)/
Afbrekinglu·wen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(hij) luwt(hij) luwde
(zij) luwen(zij) luwden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat hij) luwe(dat hij) luwde
(dat zij) luwen(dat zij) luwden
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
luwend, luwende(zijn) geluwd

Vertalingen

Duitsnachlassen; sich beruhigen; sich besänftigen; sich legen
Engelsquiet down; subside
Esperantokvietiĝi
Grieksκαταργούμαι; κοπάζω; μειώνομαι
Spaanscalmarse; sosegarse