Informatie over het woord toewijzen (Nederlands → Esperanto: aljuĝi)

Uitspraak/ˈtuʋɛɪ̯zə(n)/
Afbrekingtoe·wij·zen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) wijs toe(ik) wees toe
(jij) wijst toe(jij) wees toe
(hij) wijst toe(hij) wees toe
(wij) wijzen toe(wij) wezen toe
(gij) wijst toe(gij) weest toe
(zij) wijzen toe(zij) wezen toe
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) toewijze(dat ik) toeweze
(dat jij) toewijze(dat jij) toeweze
(dat hij) toewijze(dat hij) toeweze
(dat wij) toewijzen(dat wij) toewezen
(dat gij) toewijzet(dat gij) toewezet
(dat zij) toewijzen(dat zij) toewezen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
wijs toewijst toe
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
toewijzend, toewijzende(hebben) toegewezen

Vertalingen

Afrikaanstoewys; toeken
Duitsverleihen; zuerkennen; Zuschlag erteilen; zuschreiben; zusprechen
Engelsadjudge
Esperantoaljuĝi
Saterfriestoukanne; Tousleek reeke