Informatie over het woord bijeenroepen (Nederlands → Esperanto: kunvoki)

Uitspraak/bɛɪˈenrupə(n)/
Afbrekingbij·een·roe·pen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) roep bijeen(ik) riep bijeen
(jij) roept bijeen(jij) riep bijeen
(hij) roept bijeen(hij) riep bijeen
(wij) roepen bijeen(wij) riepen bijeen
(gij) roept bijeen(gij) riept bijeen
(zij) roepen bijeen(zij) riepen bijeen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) bijeenroepe(dat ik) bijeenriepe
(dat jij) bijeenroepe(dat jij) bijeenriepe
(dat hij) bijeenroepe(dat hij) bijeenriepe
(dat wij) bijeenroepen(dat wij) bijeenriepen
(dat gij) bijeenroepet(dat gij) bijeenriepet
(dat zij) bijeenroepen(dat zij) bijeenriepen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
roep bijeenroept bijeen
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
bijeenroepend, bijeenroepende(hebben) bijeengeroepen

Vertalingen

Afrikaansbyeenroep
Catalaansconvocar
Engelscall; convene; convoke; summon
Esperantokunvoki
Italiaansconvocare
Portugeesconvocar
Spaansconvocar