Informatie over het woord aansluiten (Nederlands → Esperanto: kuniĝi)

Uitspraak/ˈanslœytə(n)/
Afbrekingaan·slui·ten
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(hij) aansluit(hij) aansloot
(zij) aansluiten(zij) aansloten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat hij) aansluite(dat hij) aanslote
(dat zij) aansluiten(dat zij) aansloten
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aansluitend, aansluitende(zijn) aangesloten

Vertalingen

Afrikaansaansluit
Albaneesaderoj
Duitssich zusammenfinden; sich zusammenschließen; sich zusammensetzen; sich zusammentun
Engelsjoin
Esperantokuniĝi
Faeröerssameinast
Finsliittyä
Franss’accoupler
Italiaansunirsi
Papiamentsdjòin
Portugeesassociar‐se; reunir‐se; unir‐se
Spaansjuntarse; unirse
Thaisร่วม
Westerlauwers Friesoanslute
Zweedspara