Informo pri la vorto verbouwen (nederlanda → esperanto: kulturi)

Prononco/vərˈbɑʊ̯ʋə(n)/
Dividover·bou·wen
Vortspecoverbo

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) verbouw(ik) verbouwde
(jij) verbouwt(jij) verbouwde
(hij) verbouwt(hij) verbouwde
(wij) verbouwen(wij) verbouwden
(gij) verbouwt(gij) verbouwdet
(zij) verbouwen(zij) verbouwden
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) verbouwe(dat ik) verbouwde
(dat jij) verbouwe(dat jij) verbouwde
(dat hij) verbouwe(dat hij) verbouwde
(dat wij) verbouwen(dat wij) verbouwden
(dat gij) verbouwet(dat gij) verbouwdet
(dat zij) verbouwen(dat zij) verbouwden
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
verbouwverbouwt
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
verbouwend, verbouwende(hebben) verbouwd

Uzekzemploj

Verbouwen ze daar niet zelf sinaasappelen?
Tot voor kort werden hier aardappels verbouwd.
Voordat je ertoe overgaat om wat groenten te verbouwen, zal je eerst moeten nagaan of je tuin ervoor geschikt is en als dat zo is, voor welke soorten.

Tradukoj

afrikansoaankweek; kweek
anglacultivate
esperantokulturi
finnaviljellä
francacultiver
germanaausbilden; kultivieren; hegen; veredeln; verfeinern
hispanacultivar
italacoltivare
katalunaconrear; cultivar
latinocolere
papiamentokultivá
portugalaamanhar; cultivar
surinamakweki
svedaavla