Informatie over het woord Schüler (Duits → Esperanto: disĉiplo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefSchülerSchüler
GenitiefSchülersSchüler
DatiefSchülerSchülern
AccusatiefSchülerSchüler

Vertalingen

Afrikaansdissipel
Catalaansdeixeble
Deenstilhænger
Engelsadherent; disciple; follower
Engels (Oudengels)leornere; leorningcniht
Esperantodisĉiplo
Faeröerslærusveinur
Fransdisciple
Nederlandsdiscipel; volgeling; volger
Portugeesdiscípulo
SaterfriesAnhänger; Jünger
Spaansdiscípulo
Tsjechischučedník; žák