Informatie over het woord wassen (Nederlands → Esperanto: kreski)

Uitspraak/ˈʋɑsə(n)/
Afbrekingwas·sen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) was(ik) waste
(jij) wast(jij) waste
(hij) wast(hij) waste
(wij) wassen(wij) wasten
(gij) wast(gij) wastet
(zij) wassen(zij) wasten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) wasse(dat ik) waste
(dat jij) wasse(dat jij) waste
(dat hij) wasse(dat hij) waste
(dat wij) wassen(dat wij) wasten
(dat gij) wasset(dat gij) wastet
(dat zij) wassen(dat zij) wasten
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
wassend, wassende(zijn) gewassen

Voorbeelden van gebruik

De oude maan verdween en een nieuwe maan wies en nam af in de wereld daarbuiten, terwijl wij daar vertoefden.

Vertalingen

Afrikaansgroei
Catalaanscrèixer
Deensvokse
Duitsanwachsen; gedeihen; wachsen; anschwellen; dicker werden; emporwachsen; größer werden; höher werden; länger werden; sich entwickeln; stehen; steigen; um sich greifen; zunehmen
Engelsgrow; wax
Engels (Oudengels)growan; weaxan
Esperantokreski
Faeröersvaksa
Finskasvaa
Fransaugmenter; croître; grandir; s’accroître
Hongaars
IJslandsvaxa
Italiaanscrescere
Latijnaccrescere; adolescere; crescere
Noorsvokse
Papiamentskrese
Poolsrosnąć; róść
Portugeesaumentar; avultar; crescer
Russischрасти
Saterfriesdäie; groie; tiegje
Schots-Gaelischfàs
Spaanscrecer
Sranangro
Tsjechischrůst; přibývat; narůstat; vyrůstat; vzrůstat
Turksyetişkin
Westerlauwers Friesoangroeie; oanwaakse; waakse
Zweedsgro; växa