Informatie over het woord scheppen (Nederlands → Esperanto: krei)

Uitspraak/ˈsxɛpə(n)/
Afbrekingschep·pen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) schep(ik) schiep
(jij) schept(jij) schiep
(hij) schept(hij) schiep
(wij) scheppen(wij) schiepen
(gij) schept(gij) schiept
(zij) scheppen(zij) schiepen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) scheppe(dat ik) schiepe
(dat jij) scheppe(dat jij) schiepe
(dat hij) scheppe(dat hij) schiepe
(dat wij) scheppen(dat wij) schiepen
(dat gij) scheppet(dat gij) schiepet
(dat zij) scheppen(dat zij) schiepen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
schepschept
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
scheppend, scheppende(hebben) geschapen

Voorbeelden van gebruik

In den beginne schiep God de hemel en de aarde.
Zo’n huis schept een mooie sfeer!
Tijdens een chemische reactie worden geen atomen geschapen of vernietigd.
Tom Poes had intussen het heuveltje beklommen waar heer Ollie zijn beeltenis uit graniet had geschapen.

Vertalingen

Afrikaanskreëer; skep
Albaneeskrijoj
Catalaanscrear
Duitsbilden; erschaffen; schaffen; kreieren; begründen; gründen; erfinden; erzeugen
Engelscreate
Engels (Oudengels)gescieppan
Esperantokrei
Faeröersskapa
Finsluoda
Franscréer
Latijncreare
Luxemburgsschaffen
Papiamentskrea
Poolstworzyć
Portugeescriar; fazer; instituir
Roemeenscrea
Saterfriesschafje; schäppe; skafje; skäppe; uutgjuchte; winne
Spaanscrear
Srananmeki
Thaisสร้าง
Tsjechischstvořit; tvořit; utvořit; vytvářet; vytvořit
Westerlauwers Friesskeppe; meitsje
Zweedsskapa