Informatie over het woord vastkleven (Nederlands → Esperanto: algluiĝi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) kleef vast(ik) kleefde vast
(jij) kleeft vast(jij) kleefde vast
(hij) kleeft vast(hij) kleefde vast
(wij) kleven vast(wij) kleefden vast
(gij) kleeft vast(gij) kleefdet vast
(zij) kleven vast(zij) kleefden vast
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) vastkleve(dat ik) vastkleefde
(dat jij) vastkleve(dat jij) vastkleefde
(dat hij) vastkleve(dat hij) vastkleefde
(dat wij) vastkleven(dat wij) vastkleefden
(dat gij) vastklevet(dat gij) vastkleefdet
(dat zij) vastkleven(dat zij) vastkleefden
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
vastklevend, vastklevende(zijn) vastgekleefd

Vertalingen

Deensklæbe
Duitsfesthaften; haften; kleben; klebenbleiben
Engelsstick
Esperantoalgluiĝi
Franss’agglutiner