Informatie over het woord lijf (Nederlands → Esperanto: korpo)

Uitspraak/lɛɪ̯f/
Afbrekinglijf
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtonzijdig
Meervoudlijven

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
lijfjelijfjes

Voorbeelden van gebruik

Geen beweging of ik schiet een pijl door je lijf!
In het Siluur en Devoon behoorden ze met hun soms 3 meter lange lijven tot de grootste toen levende dieren.

Vertalingen

Afrikaansliggaam; lyf; romp
Berberslebden; lǧetta (ⵍⴻⴱⴷⴻⵏ??ⵍⴵⴻⵜⵜⴰ)
Catalaanscos
Deenskrop; legeme
DuitsKörper; Leib; Rumpf
Engelsbody
Engels (Oudengels)lic; lichoma; lichama
Esperantokorpo
Faeröerskroppur; likam
Finsruumis
Franscorps
Grieksκορμί; σώμα
Hongaarstest
IJslandskroppur; líkami
Italiaanscorpo
Latijncorpus
LuxemburgsLäif
Maleisbadan
Noorslegeme
Papiamentsbòdi; kurpa
Poolsciało
Portugeescorpo
Roemeenscorp; trup
Russischтело; туловище
SaterfriesKörper; Lieuw
Spaanscuerpo
Srananskin
Swahilimwili
Tagalogkatawán
Thaisกาย; ร่าง; รางกาย; ร่างกาย; ตัว
Tsjechischtělo
Turksbeden; gövde; vücut
Westerlauwers Frieslea; lichem; liif
Zweedskropp; lekamen