Informatie over het woord dürfen (Duits → Esperanto: devi)

Uitspraak/ˈdʏrfən/
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) darf(ich) durfte
(du) darfst(du) durftest
(er) darf(er) durfte
(wir) dürfen(wir) durften
(ihr) dürft(ihr) durftet
(sie) dürfen(sie) durften
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) dürfe(ich) dürfte
(du) dürfest(du) dürftest
(er) dürfe(er) dürfte
(wir) dürfen(wir) dürften
(ihr) dürfet(ihr) dürftet
(sie) dürfen(sie) dürften
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
dürfend(haben) gedurft

Voorbeelden van gebruik

Nie wieder durfte er das Wachsfigurenkabinett betreten.

Vertalingen

Afrikaansbehoor; moet
Berbersssefk (ⵙⵙⴻⴼⴽ)
Catalaanshaver de
Deensmåtte; skulle
Engelsmust; should
Engels (Oudengels)sculan
Esperantodevi
Faeröersnoyðast; skula
Finstäytyä
Fransavoir à; devoir; être obligé
Hongaarskell; kötelező; muszáj
Luxemburgsmissen
Maleisharus
Nederlandsbehoren; dienen; horen; moeten; zullen; hebben
Papiamentsmester
Poolsmusieć
Portugeesdever; ter a obrigação; ter de; ter que
Russisch<должен>
Saterfriesmoute; schälle; skälle
Spaansdeber; tener que
Srananmusu
Thaisควร; ต้อง; พึง
Westerlauwers Friesmoatte
Zweedsböra; må; måste