Informatie over het woord aanlengen (Nederlands → Esperanto: aldoni akvon al)

Uitspraak/ˈanlɛŋə(n)/
Afbrekingaan·len·gen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) leng aan(ik) lengde aan
(jij) lengt aan(jij) lengde aan
(hij) lengt aan(hij) lengde aan
(wij) lengen aan(wij) lengden aan
(gij) lengt aan(gij) lengdet aan
(zij) lengen aan(zij) lengden aan
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) aanlenge(dat ik) aanlengde
(dat jij) aanlenge(dat jij) aanlengde
(dat hij) aanlenge(dat hij) aanlengde
(dat wij) aanlengen(dat wij) aanlengden
(dat gij) aanlenget(dat gij) aanlengdet
(dat zij) aanlengen(dat zij) aanlengden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
leng aanlengt aan
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
aanlengend, aanlengende(hebben) aangelengd

Vertalingen

Duitsverdünnen
Engelsdilute; weaken
Esperantoaldoni akvon al
IJslandsþynna
Saterfriesfertänje
Thaisเจือจาง