Informatie over het woord constructie (Nederlands → Esperanto: konstruado)

Uitspraak/kɔnˈstrɵksi/
Afbrekingcon·struc·tie
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtvrouwelijk

Vertalingen

Afrikaansaanbou
DuitsAnbau; Konstruktion; Aufbau; Aufbauen; Bau; Konstruieren
Engelsconstruction
Esperantokonstruado
Fransconstruction
Papiamentskonstrukshon
SaterfriesAnbau
Spaansconstrucción
Westerlauwers Friesoanbou