Informasie oor die woord curse (Engels → Esperanto: insulto)

Woordsoortselfstandige naamwoord
Uitspraak/kɜːs/
Afbrekingcurse
Shaw‐alfabet𐑒𐑻𐑕
Meervoudcurses

Vertalinge

Afrikaansbelediging
DuitsAnwurf; Beleidigung; Beschimpfung
Esperantoinsulto
Faroëesskemdarorð
Fransaffront; injure
Nederlandsaffront; belediging; smaad
Papiamentsinsulto
Portugeesinjúria; insulto
Spaansafrenta; injuria; insulto; ofensa
Srananafrontu