Informatie over het woord curse (Engels → Esperanto: insulti)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/kɜːs/
Afbrekingcurse
Shaw‐alfabet𐑒𐑻𐑕

Vertalingen

Afrikaansbeledig
Catalaansinsultar
Deensfornærme; skælde
Duitsschimpfen
Esperantoinsulti
Fransinsulter
IJslandsskamma
Italiaansinsultare; offendere
Luxemburgsbeleedegen; beleidegen
Nederlandsaffronteren; beledigen; krenken; schelden; uitschelden
Noorsskjelle ut
Papiamentsinsultá; ofendé; falta
Portugeesinjuriar; insultar
Russischбранить
Saterfriesbescheelde; beskeelde; scheelde; schimpje; skeelde; skimpje
Spaansinsultar
Srananafrontu
Westerlauwers Friesrache
Zweedsskälla ut