Informatie over het woord bevestigen (Nederlands → Esperanto: konfirmacii)

Uitspraak/bəˈvɛstəɣə(n)/
Afbrekingbe·ves·ti·gen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) bevestig(ik) bevestigde
(jij) bevestigt(jij) bevestigde
(hij) bevestigt(hij) bevestigde
(wij) bevestigen(wij) bevestigden
(gij) bevestigt(gij) bevestigdet
(zij) bevestigen(zij) bevestigden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) bevestige(dat ik) bevestigde
(dat jij) bevestige(dat jij) bevestigde
(dat hij) bevestige(dat hij) bevestigde
(dat wij) bevestigen(dat wij) bevestigden
(dat gij) bevestiget(dat gij) bevestigdet
(dat zij) bevestigen(dat zij) bevestigden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
bevestigbevestigt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
bevestigend, bevestigende(hebben) bevestigd

Vertalingen

Duitsfirmeln; firmen; konfirmieren
Engelsconfirm
Esperantokonfirmacii; konfirmi