Information about the word beslaan (Dutch → Esperanto: kondenskovriĝi)

Pronunciation/bəˈslan/
Hyphenationbe·slaan
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(hij) beslaat(hij) besloeg
(zij) beslaan(zij) besloegen
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat hij) besla(dat hij) besloege
(dat zij) beslaan(dat zij) besloegen
Participles
Present participlePast participle
beslaand, beslaande(zijn) beslagen

Translations

Englishdim
Esperantokondenskovriĝi
Spanishempañarse