Informatie over het woord Raum (Duits → Esperanto: ĉambro)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefRaumRäume
GenitiefRaums, RaumesRäume
DatiefRaum, RaumeRäumen
AccusatiefRaumRäume

Voorbeelden van gebruik

Ihr Lächeln fror ein, denn der Raum war leer.

Vertalingen

Afrikaanskamer; vertrek
Albaneesdhomë; odë
Catalaanscambra; habitació
Deensværelse
Engelsroom
Engels (Oudengels)rum
Esperantoĉambro
Faeröerskamar; rúm; stova
Finshuone
Franschambre; local; pièce; salle
Grieksδωμάτιο
Hongaarsszoba
Italiaanscamera
Jiddischצימער
Latijncella
Maleisbilik; kamar; ruang
Nederlandskamer; lokaal; vertrek
Noorsrom; værelse
Papiamentskuartu
Poolspokój
Portugeesaposento; câmara; quarto; sala
Roemeenscameră
Russischкомната
SaterfriesKoomere; Stoowe
Schots-Gaelischseòmar
Spaanscámara; cuarto; habitación
Sranankamra
Swahilichumba
Thaisห้อง
Tsjechischmístnost; pokoj
Welsystafell
Westerlauwers Frieskeamer
Zweedsgemak; kammare; rum