Informatie over het woord zoeken (Nederlands → Esperanto: klopodi)

Uitspraak/ˈzukə(n)/
Afbrekingzoe·ken
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) zoek(ik) zocht
(jij) zoekt(jij) zocht
(hij) zoekt(hij) zocht
(wij) zoeken(wij) zochten
(gij) zoekt(gij) zocht
(zij) zoeken(zij) zochten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) zoeke(dat ik) zochte
(dat jij) zoeke(dat jij) zochte
(dat hij) zoeke(dat hij) zochte
(dat wij) zoeken(dat wij) zochten
(dat gij) zoeket(dat gij) zochtet
(dat zij) zoeken(dat zij) zochten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
zoekzoekt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
zoekend, zoekende(hebben) gezocht

Vertalingen

Afrikaanspoog; hom beywer
Catalaansatrafegar‐se; esforçar‐se; intentar aconseguir; maldar
Deensbestræbe sig
Duitssich anstrengen; sich bemühen; trachten nach; bemüht sein; bestrebt sein; sich Mühe geben; trachten
Engelsaim; attempt; busy oneself about; endeavour; exert oneself; bother; set about; strive; take steps; try hard; undertake
Esperantoklopodi
Faeröersgera sær ómak; royna
Finsponnistella
Fransse démener
Poolsstarać się
Saterfriessik stängelje; trachtje ätter
Spaansprocurar; tratar de