Informatie over het woord uitleggen (Nederlands → Esperanto: klarigi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈœʏ̯tlɛɣə(n)/
Afbrekinguit·leg·gen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) leg uit(ik) legde uit
(jij) legt uit(jij) legde uit
(hij) legt uit(hij) legde uit
(wij) leggen uit(wij) legden uit
(gij) legt uit(gij) legdet uit
(zij) leggen uit(zij) legden uit
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) uitlegge(dat ik) uitlegde
(dat jij) uitlegge(dat jij) uitlegde
(dat hij) uitlegge(dat hij) uitlegde
(dat wij) uitleggen(dat wij) uitlegden
(dat gij) uitlegget(dat gij) uitlegdet
(dat zij) uitleggen(dat zij) uitlegden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
leg uitlegt uit
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
uitleggend, uitleggende(hebben) uitgelegd

Voorbeelden van gebruik

Ik zal het jullie uitleggen.
Als iemand mij dit kan uitleggen, bent u het wel, geloof ik.

Vertalingen

Afrikaansverduidelik
Catalaansaclarir; explicar
Deensforklare
Duitsdarlegen; einleuchten; erklären; erläutern; klarmachen; klarlegen; deutlich machen; verständlich machen; aufklären
Engelsconstrue
Esperantoklarigi
Faeröersgreiða
Fransdévelopper; expliquer
IJslandsþýða
Italiaansspiegare
Jiddischפֿאַרטײַטשן
Latijnacclarare
Luxemburgsexplizéieren
Maleismenyatakan; terand
Papiamentsaklará; splika
Poolswyjaśniać
Portugeesexplicar
Roemeensclarifica
Russischобъяснять
Saterfriesärkläärje; deerlääse; ferkloorje; ienljuchte
Spaansaclarar; explicar
Tsjechischobjasnit; vysvětlit; vysvětlovat
Turksaçıklamak; anlatmak
Westerlauwers Friesferklearje
Zweedsförklara; utlägga