Informatie over het woord ambicia

Woordsoortbijvoeglijk naamwoord
Afbrekingam·bi·ci·a

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
Nominatiefambiciaambiciaj
Accusatiefambicianambiciajn

Vertalingen

Afrikaansambisieus
Deensambitiøs; ærgerrig
Duitsambitioniert; ehrgeizig; streberisch
Engelsambitious
Faeröersframasøkin
Fransambitieux
Grieksφιλόδοξος
Hongaarsambiciózus
Nederlandsambitieus; eerzuchtig
Papiamentsambisioso
Portugeesambicioso
Saterfrieseergietsich
Turkshırslı; muhteris; tutkulu
Zweedsambitiös