Information about the word beschuldigen (Dutch → Esperanto: akuzi)

Pronunciation/bəˈsxɵldəɣə(n)/
Hyphenationbe·schul·di·gen
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) beschuldig(ik) beschuldigde
(jij) beschuldigt(jij) beschuldigde
(hij) beschuldigt(hij) beschuldigde
(wij) beschuldigen(wij) beschuldigden
(gij) beschuldigt(gij) beschuldigdet
(zij) beschuldigen(zij) beschuldigden
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) beschuldige(dat ik) beschuldigde
(dat jij) beschuldige(dat jij) beschuldigde
(dat hij) beschuldige(dat hij) beschuldigde
(dat wij) beschuldigen(dat wij) beschuldigden
(dat gij) beschuldiget(dat gij) beschuldigdet
(dat zij) beschuldigen(dat zij) beschuldigden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
beschuldigbeschuldigt
Participles
Present participlePast participle
beschuldigend, beschuldigende(hebben) beschuldigd

Usage samples

Justitie beschuldigt de 74‐jarige Berlusconi onder meer van fraude en van betaalde seks met een destijds minderjarige prostituée met de bijnaam Ruby.
Ik weet nog niet waar ze me van willen beschuldigen.
Ik heb je niet beschuldigd van de moord op Kallian.

Translations

Afrikaansaankla; aanklaag; aanklae; beskuldig
Catalanacusar
Danishanklage
Englishaccuse; charge
Esperantoakuzi
Faeroesekæra; leggja undir; stevna
Finnishsyyttää
Frenchaccuser
GermanAnklage erheben gegen; anklagen; beschuldigen; bezichtigen; verklagen
Greekκατηγορώ
Hungarianvádol
Icelandicásaka; kæra
Italianaccusare; caricare
Latinaccusare
Malaydakwa … mendakwa
Papiamentoakusá
Portugueseacusar; arguir; criminar; inculpar
Romanianacuza
Russianвозводить
Saterland Frisianankloagje; bescheeldigje; beskeeldigje; ferkloagje
Spanishacriminar; acusar; denunciar; inculpar
Swedishbeskylla; anklaga; skylla
Thaiกล่าวโทษ
Turkishitham etmek; suçlamak
West Frisianbeskuldigje; ferkleie