Information about the word aanklagen (Dutch → Esperanto: akuzi)

Pronunciation/ˈaŋklaɣə(n)/
Hyphenationaan·kla·gen
Part of speechverb

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) klaag aan(ik) klaagde aan
(jij) klaagt aan(jij) klaagde aan
(hij) klaagt aan(hij) klaagde aan
(wij) klagen aan(wij) klaagden aan
(gij) klaagt aan(gij) klaagdet aan
(zij) klagen aan(zij) klaagden aan
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) aanklage(dat ik) aanklaagde
(dat jij) aanklage(dat jij) aanklaagde
(dat hij) aanklage(dat hij) aanklaagde
(dat wij) aanklagen(dat wij) aanklaagden
(dat gij) aanklaget(dat gij) aanklaagdet
(dat zij) aanklagen(dat zij) aanklaagden
Imperative mood
Singular/PluralPlural
klaag aanklaagt aan
Participles
Present participlePast participle
aanklagend, aanklagende(hebben) aangeklaagd

Translations

Afrikaansaankla; aanklaag; aanklae; beskuldig
Catalanacusar
Danishanklage
Englishaccuse
Esperantoakuzi
Faeroesekæra; leggja undir; stevna
Finnishsyyttää
Frenchaccuser
GermanAnklage erheben gegen; anklagen; beschuldigen; bezichtigen; verklagen
Greekκατηγορώ
Hungarianvádol
Icelandicásaka; kæra
Italianaccusare; caricare
Latinaccusare
Malaydakwa … mendakwa
Papiamentoakusá
Portugueseacusar; arguir; criminar; inculpar
Romanianacuza
Russianвозводить
Saterland Frisianankloagje; bescheeldigje; beskeeldigje; ferkloagje
Spanishacriminar; acusar; denunciar; inculpar
Swedishbeskylla; anklaga; skylla
Thaiกล่าวโทษ
Turkishitham etmek; suçlamak
West Frisianbeskuldigje; ferkleie