Informasie oor die woord aaien (Nederlands → Esperanto: karesi)

Basis

Uitspraakˈajə(n)
Afbrekingaai·en
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(ik) aai(ik) aaide
(jij) aait(jij) aaide
(hij) aait(hij) aaide
(wij) aaien(wij) aaiden
(gij) aait(gij) aaidet
(zij) aaien(zij) aaiden
Aanvoegende wys
Teenwoordige tydVerlede tyd
(dat ik) aaie(dat ik) aaide
(dat jij) aaie(dat jij) aaide
(dat hij) aaie(dat hij) aaide
(dat wij) aaien(dat wij) aaiden
(dat gij) aaiet(dat gij) aaidet
(dat zij) aaien(dat zij) aaiden
Gebiedende wys
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
aaiaait
Deelwoorde
Teenwoordige deelwoordVerlede deelwoord
aaiend, aaiende(hebben) geaaid

Vertalinge

Afrikaansaai
Deensstryge
Duitsstreicheln; liebkosen; zärtlich sein
Engelscaress; chuck; stroke
Esperantokaresi
Faroëeskela; kína; ynda
Finshyväillä
Franscaresser
Italiaansaccarezzare
Katalaansacariciar; acaronar
Latynadmulcere; adulare
Papiamentskarisiá
Portugeesacariciar; afagar; mimosear
Roemeensdezmierda; mângâia
Saterfriesaisje; fummelje; striekelje; strookje
Spaansacariciar
Sranankori; kor'kori
Sweedsklappa
Thaiลูบ; ลูบไล้; ไล้
Tsjeggieshladit; pohladit
Wes‐Friesaaie; streakje