Information about the word kenmerken (Dutch → Esperanto: karakterizi)

Part of speechverb
Pronunciation/ˈkɛmɛrkə(n)/
Hyphenationken·mer·ken

Conjugation

Indicative mood
Present tensePast tense
(ik) kenmerk(ik) kenmerkte
(jij) kenmerkt(jij) kenmerkte
(hij) kenmerkt(hij) kenmerkte
(wij) kenmerken(wij) kenmerkten
(gij) kenmerkt(gij) kenmerktet
(zij) kenmerken(zij) kenmerkten
Subjunctive mood
Present tensePast tense
(dat ik) kenmerke(dat ik) kenmerkte
(dat jij) kenmerke(dat jij) kenmerkte
(dat hij) kenmerke(dat hij) kenmerkte
(dat wij) kenmerken(dat wij) kenmerkten
(dat gij) kenmerket(dat gij) kenmerktet
(dat zij) kenmerken(dat zij) kenmerkten
Imperative mood
Singular/PluralPlural
kenmerkkenmerkt
Participles
Present participlePast participle
kenmerkend, kenmerkende(hebben) gekenmerkt

Translations

Englishcharacterize
Esperantokarakterizi
Germancharakterisieren; kennzeichnen; treffend darstellen
Luxemburgishbeschreiwen
Polishcharakteryzować
Portuguesecaracterizar
Saterland Frisiancharakterisierje; känteekenje; liekteekenje
Spanishcaracterizar
Swedishkarakterisera