Informatie over het woord beetnemen (Nederlands → Esperanto: kapti)

Uitspraak/ˈbetnemǝ(n)/
Afbrekingbeet·ne·men
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) neem beet(ik) nam beet
(jij) neemt beet(jij) nam beet
(hij) neemt beet(hij) nam beet
(wij) nemen beet(wij) namen beet
(gij) neemt beet(gij) naamt beet
(zij) nemen beet(zij) namen beet
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) beetneme(dat ik) beetname
(dat jij) beetneme(dat jij) beetname
(dat hij) beetneme(dat hij) beetname
(dat wij) beetnemen(dat wij) beetnamen
(dat gij) beetnemet(dat gij) beetnamet
(dat zij) beetnemen(dat zij) beetnamen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
neem beetneemt beet
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
beetnemend, beetnemende(hebben) beetgenomen

Vertalingen

Afrikaansbeetgryp; beetkry; beetneem; beetpak; beetvat; vang; vat
Albaneeskap
Catalaansagafar; atrapar; captivar; capturar; copsar
Deensfange
Duitsauffangen; erbeuten; ergreifen; ertappen; erwischen; fangen; fassen; befallen; einfangen; erfassen; erhaschen; greifen; haschen; kriegen; überkommen
Engelsapprehend; bag; captivate; capture; catch; grab; grapple; grasp; seize; trap; snare
Engels (Oudengels)huntian
Esperantokapti
Faeröersfanga; handbera
Finspyydystää
Fransattraper; capturer; saisir
Grieksαιχμαλωτίζω
Hongaarsmegfog
Italiaansprendere
Jiddischכאַפּן; פֿאַנגען
Latijncapere
Maleismenangkap; tangkap
Noorsfange; gripe
Papiamentsfango; fangu; kèch
Poolschwytać; łapać
Portugeesapanhar; aprisionar; capturar
Roemeenscaptura; apuca; prinde
Russischвзять
Saterfriesbedappe; dappe; fange; pakje; uurrumpelje
Schots-Gaelischglac
Spaansatrapar; capturar
Srananfanga
Thaisเกี่ยว; ต้อง
Westerlauwers Friesfange
Zweedsfånga