Informatie over het woord hoofd (Nederlands → Esperanto: kapo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ɦoft/
Afbrekinghoofd
Geslachtonzijdig
Meervoudhoofden

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
hoofdjehoofdjes

Voorbeelden van gebruik

De dokter schudde het hoofd.
Geef mij hier op een schotel het hoofd van Johannes de Doper.
Op dat moment werd de deur geopend en stak de bediende zijn hoofd om de hoek.
We hebben allebei een klap op ons hoofd gehad.

Vertalingen

Afrikaanshoof; kop; krop
Albaneeskokë
Berbersaqeṛṛuy (ⴰⵇⴻⵕⵕⵓⵢ)
Catalaanscap
Deenshoved
DuitsKopf; Haupt
Engelshead
Engels (Oudengels)heafod
Esperantokapo
Faeröershøvd; høvur
Finspää
Franstête
Grieksκεφάλι
Hongaarsfej
Italiaanstesta
Jiddischקאָפּ; הויפּט
Latijncaput
LuxemburgsKapp
Maleishulu; kepala
Noorshode; hue
Papiamentskabes
Poolsgłowa
Portugeescabeça
Roemeenscap
Russischголова
SaterfriesKop
Schots-Gaelischceann
Spaanscabeza
Srananede
Swahilikichwa
Thaisหัว
Tsjechischhlava; hlavička; hlavice; záhlaví
Turksbaş
Welspen
Westerlauwers Friesholle; kop
Zweedshuvud