Informatie over het woord verwijzen (Nederlands → Esperanto: irigi)

Uitspraak/vərˈʋɛɪ̯zə(n)/
Afbrekingver·wij·zen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) verwijs(ik) verwees
(jij) verwijst(jij) verwees
(hij) verwijst(hij) verwees
(wij) verwijzen(wij) verwezen
(gij) verwijst(gij) verweest
(zij) verwijzen(zij) verwezen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) verwijze(dat ik) verweze
(dat jij) verwijze(dat jij) verweze
(dat hij) verwijze(dat hij) verweze
(dat wij) verwijzen(dat wij) verwezen
(dat gij) verwijzet(dat gij) verwezet
(dat zij) verwijzen(dat zij) verwezen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
verwijsverwijst
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verwijzend, verwijzende(hebben) verwezen

Vertalingen

Afrikaansverwys
Duitsantreiben; führen; gehen lassen; geleiten; leiten
Engelspropel
Esperantoirigi
Westerlauwers Friesferwize