Informatie over het woord abide (Engels → Esperanto: resti)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/əˈbaɪd/
Afbrekinga·bide

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) abide(I) abided, abode
(thou) abidest(thou) abidedst, abodest
(he) abides, abideth(he) abided, abode
(we) abide(we) abided, abode
(you) abide(you) abided, abode
(they) abide(they) abided, abode
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) abide (I) abided, abode
(thou) abide(thou) abided, abode
(he) abide(he) abided, abode
(we) abide(we) abided, abode
(you) abide(you) abided, abode
(they) abide(they) abided, abode
Gebiedende wijs
abide
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
abidingabided, abode

Vertalingen

Afrikaansbly
Catalaansquedar; restar; romandre
Deensforblive
Duitsbleiben; ruhen; sich aufhalten; übrigbleiben
Engels (Oudengels)belifan; ætsittan
Esperantoresti
Faeröerssteðga; vera eftir; verða verandi
Finsjäädä
Fransrester
Italiaansrestare; rimanere; stare
Latijnmanere
Luxemburgsbleiwen
Maleismenginap
Nederlandstoeven; verblijven
Noorsbli
Papiamentskeda
Poolszostawać
Portugeespermanecer
Roemeensrămâne; sta
Russischоставаться; остаться
Saterfriesblieuwe; uurblieuwe
Schots-Gaelischfan; fuirich
Spaanspermanecer; quedarse
Srananfika; tan
Swahili‐kaa
Thaisเหลือ; อยู่; อาศัย; อาศัยอยู่
Welsaros
Westerlauwers Friesbliuwe
Zweedsförbli; förbliva; stanna