Informatie over het woord maski

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingmask·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdmaskas
Verleden tijdmaskis
Toekomende tijdmaskos
 
Voorwaardelijke wijs
maskus
 
Gebiedende wijs
masku

 Deelwoorden
 Actieve deelwoordenPassieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdmaskantamaskata
Verleden tijdmaskintamaskita
Toekomende tijdmaskontamaskota

Vertalingen

Afrikaansbemantel; maskeer
Deensmaskere
Engelsmask
Nederlandsbemantelen; bewimpelen; máskeren; verbloemen; verhullen
Portugeesmascarar
Spaanspaliar