Informatie over het woord verlopen (Nederlands → Esperanto: iri)

Uitspraak/vərˈlopə(n)/
Afbrekingver·lo·pen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(hij) verloopt(hij) verliep
(zij) verlopen(zij) verliepen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat hij) verlope(dat hij) verliepe
(dat zij) verlopen(dat zij) verliepen
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
verloopverloopt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
verlopend, verlopende(zijn) verlopen

Voorbeelden van gebruik

Hoe is uw aanval verlopen?
Het karwei verliep toen redelijk vlot.

Vertalingen

Afrikaansgaan; hom begeef; hom begewe
Berbersddu (ⴷⴷⵓ)
Catalaansanar
Deens
DuitsErfolg haben; fahren; funktionieren; gehen; gelingen; klappen; laufen; sich begeben
Engelsgo; walk
Engels (Oudengels)feran; gan; gangan
Esperantoiri
Faeröersfara; ganga
Finsmennä
Fransaller; se déplacer
Hawaiaanshele
Hongaarselmegy; megy
Italiaansandare; camminare
Jiddischפֿאָרן
Latijnire; vadere
Luxemburgsgoen
Maleispergi
Noors
Papiamentsbai
Poolsiść; pojechać
Portugeesandar; caminhar; ir
Roemeenspleca
Russischехать; идти; поехать; пойти
Saterfriesgunge; loope; treede
Schots-Gaelischrach
Spaansir
Sranango
Swahili‐enda
Thaisไป
Tsjechischchodit; jít
Turksgitmek
Welsmynd
Westerlauwers Friesgean; farre
Zweeds